Inloggen

Anti-pest protocol

Waarom een anti-pestprotocol?

Het streven van PCB  De Wegwijzer is om een veilig en ordelijk pedagogisch en didactisch klimaat in de klassen en in de school te creëren.

  1. In alle soorten relaties die binnen de school voor kunnen komen verwachten we gedrag dat past binnen onze Christelijke identiteit.
  2. De relatie tussen leerkracht en kind en de leerlingen of leerkrachten onderling staat daarbij centraal. We streven naar een respectvolle relatie.
  3. Motorische, cognitieve en sociale vaardigheden gaan hand in hand bij het spelen en werken. De leerkrachten houden deze drie aandachtsgebieden goed in de gaten en werken samen met de leerlingen aan verbeteringen van de vaardigheden.
    Wij ervaren pesten dan ook als ongewenst gedrag en accepteren dat ook niet op onze school.

Doel:

Met dit protocol nemen wij als school duidelijk stelling tegen pesten en laten we zien op welke manier dat in de praktijk vorm krijgt. Naast achtergrondinformatie over pesten, wordt beschreven wat we doen aan preventie en hoe er wordt gehandeld wanneer pestgedrag zich voordoet. Met dit protocol hopen wij als leerkrachten van onze school, samen met de leerlingen en ouders een positieve en effectieve bijdrage te kunnen leveren aan het voorkomen, signaleren en bestrijden van pestgedrag

Het doel van de antipestcoördinator is het aanbrengen van structuur en systematiek in de pestaanpak en maakt zo een einde aan hap-snap-acties om pesten op school te stoppen.  De antipestcoördinator coördineert de aanpak. Houdt overzicht, vinger aan de pols totdat het petsten echter gestopt is!

Achtergrond informatie

Plagen of pesten?

Wanneer is er nu sprake van plagen en wanneer is er sprake van pestgedrag? De begrippen worden vaak door elkaar gebruikt.  Plagen gebeurt in het zicht van de leerkrachten, zijn incidenten. Rollen liggen vast eerst begint de één, de ander keer plaagt de andere.

Pesten gebeurt achter de rug van leerkrachten. Het is telkens het ene kind dat wint en het zelfde kind wat verliest. Vaak gebeurt het niet één keer maar is het zelfde kind steeds weer de dupe. Daarom weet een leerkracht zelden uit zichzelf wat er zich precies afspeelt tussen de kinderen onderling. De leerkracht moet hierover worden geïnformeerd door de leerlingen zelf.

Verschil van plagen en pesten:

Bij pesten is er sprake van een vorm van negatief gedrag door een persoon of groep, met opzet gericht op een ander. Dit gedrag komt regelmatig terug. Er is sprake van machtsongelijkheid: het gepeste kind is niet (meer) in staat zich te verweren.

Cyberpesten

Met de komst van mobieltjes en internet heeft pesten er een nieuwe vorm bij gekregen. Internet, WhatsApp, Instagram, chatbox en sms zijn communicatiemiddelen die in de hedendaagse tijd nauwelijks meer weg te denken zijn uit de leefwereld van kinderen. Over het algemeen hebben kinderen hier veel leuke ervaringen mee, maar soms gaat het fout. Chatbox, WhatsApp, Instagram en sms kunnen een bron van pesterijen zijn. Deze vorm van pesten wordt ook wel digitaal pesten of online pesten genoemd.

Betrokkenen

Bij het pesten op school zijn altijd vijf partijen betrokken. Het slachtoffer, de pester, de (zwijgende) middengroep, de leerkracht(en) en de ouders. Bij de aanpak van pesten is het van groot belang alle partijen te betrekken. 

Wat doen we op De Wegwijzer om pesten te voorkomen?

Zoals in de inleiding al werd aangegeven is het streven van De Wegwijzer om een veilig en ordelijk pedagogisch en didactisch klimaat in de klassen en in de school te creëren. In alle soorten relaties die binnen de school voor kunnen komen verwachten we gedrag dat past binnen onze Christelijke identiteit.  De relatie tussen leerkracht en kind en de leerlingen of leerkrachten onderling staat daarbij centraal. We streven naar een respectvolle relatie. De rol van de leerkrachten als identificatiefiguur is hierbij van groot belang.  Motorische, cognitieve en sociale vaardigheden gaan hand in hand bij het spelen en werken. De leerkrachten houden deze drie aandachtsgebieden goed in de gaten en werken samen met de leerlingen aan verbeteringen van de vaardigheden.
Wij ervaren pesten dan ook als ongewenst gedrag en accepteren dat ook niet op onze school.

Naast de pedagogische houding van de leerkrachten worden er ook instrumenten ingezet om een positief klimaat te bevorderen. Positieve groepsvorming Goudenweken 2.0 Groepsvorming & Ouderbetrokkenheid

  • Sova methode, Leefstijl; De sova methode waarin we elke week lessen geven. In schooljaar 2022-2023 wordt de overstap naar Kwink gemaakt.
  • Sociogram (incidenteel)
  • Het digitaal leerlingvolgsysteem ‘ZIEN!’, dat de leerkracht helpt om de sociaalemotionele ontwikkeling van de kinderen te volgen en te begeleiden (groep  1-8)
  • De digitale leerlingvragenlijst van ‘ZIEN!’ inclusief monitor sociale veiligheid (groep 5-8)
  • School- en klassenregels
  • Kennismakingsgesprekken aan het begin van het schooljaar met de ouders
  • Kindgesprekken: 2x per jaar worden er kindgesprekken gehouden. Het 1e gesprek vindt plaats aan het begin van het schooljaar en heeft als onderwerp het welbevinden van het kind. Het 2e kind gesprek vindt plaats na het 1e rapport en gaat over de resultaten van de leerling. Welke doel(en) wil de leerling stellen de komende periode. 

Hoe wordt er gehandeld wanneer pesten voorkomt?

Wanneer kinderen ruzie hebben of als er gepest wordt, volgen we het volgende stappenplan:

  1. Kinderen maken het aan elkaar duidelijk als ze iets niet leuk vinden wat een ander kind doet. Ze proberen er eerst zelf uit te komen.
  2. Op het moment dat de kinderen er zelf niet uit komen, leggen zij het probleem voor aan de leerkracht.
  3. De leerkracht brengt beide partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen het probleem op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken. De leerkracht neemt altijd duidelijk stelling tegen pesten.
  4. Voldoet dit gesprek niet (in die zin dat het pesten toch doorgaat) of zijn er meerdere leerlingen bij betrokken, dan kan de leerkracht het probleem bespreken met de hele klas. In dit gesprek legt de leerkracht het probleem (met of zonder namen) aan de groep voor met de boodschap dat dit opgelost moet worden. Hij vraagt de leerlingen mee te denken en spreekt hen aan op hun verantwoordelijkheid als groep. Ook kinderen die niet direct betrokken zijn bij het pesten hebben hier een belangrijke rol! Alleen oplossingen die positief zijn voor pester en slachtoffer worden gehonoreerd. Op die manier geeft de leerkracht aan dat hij aan alle leerlingen veiligheid wil bieden. Er worden concrete afspraken gemaakt die regelmatig worden geëvalueerd. De leerkracht maakt de leerlingen duidelijk dat het aangeven dat er (weer) gepest wordt niet hetzelfde is als klikken, maar dat het in principe hetzelfde is als het helpen van het slachtoffer.
  5. In sommige gevallen is een gesprek met de hele klas niet de beste optie. Er kan dan worden gekozen voor de No Blame-methode. Hierbij wordt (na een gesprek met het slachtoffer) een groepje van 6-8 leerlingen samengesteld, aan wie de leerkracht het probleem voorlegt. Deze kinderen dragen oplossingen aan en maken afspraken over wat zij kunnen doen om het gepeste kind te helpen. Zowel met het slachtoffer als met het steungroepje worden regelmatig evaluatiegesprekjes gevoerd. Een uitgebreidere beschrijving van deze methode is opgenomen in bijlage 2.
  6. Wanneer er sprake is van een structureel pestprobleem worden de vijf partijen erbij betrokken. Op welke manier kunt u lezen in bijlage 3. In onderling overleg wordt gezocht naar een oplossing. Wanneer ouders pestgedrag in de groep signaleren, is de leerkracht het eerste aanspreekpunt. Indien nodig kan er daarna contact worden gezocht met de gedragsspecialist en anti-pest coördinator juf Agnes
  7. De leerkracht meldt de geconstateerde pestsituatie altijd tijdig aan het team, zodat er tijdens de pauzes (door de pleinwacht) extra op de betreffende kinderen gelet wordt.
  8. Met name als er een pestsituatie is geconstateerd, reflecteert de leerkracht zichzelf op zijn Pestprotocol vastgesteld in het team op maart 2021 of haar eigen handelen. Waar nodig brengt de leerkracht wijzigingen aan in zijn of haar handelen. De gedragsspecialist is hierbij aanspreekpunt en kan een coachende rol hebben.
  9. Bij een leerling bij wie het slachtoffer of pester zijn vooral lijkt voort te komen uit een gebrek aan weerbaarheid, invoelingsvermogen in anderen en sociale vaardigheden, kan met de ouders gesproken worden over een eventuele sociale vaardigheidstraining.
  10.  Als zich voortdurend escalaties voordoen op het plein wordt dit in het team en/of de zorgvergadering besproken. Extra pleinwacht of een tijdelijke herindeling van groepen op het plein is dan een mogelijke oplossing.
  11. Er wordt regelmatig contact gehouden met de betreffende leerlingen, de groep en de ouders, om te horen of de genomen maatregelen succes hebben en houden of dat er andere stappen nodig zijn.
  12. Als dit pestprotocol in werking gaat, wordt er een notitie gemaakt in het Leerlingvolgssysteem Parnassys (per groep of individueel). Dit wordt tegelijkertijd besproken met de ouders.

 

Het uitgebreide plan vindt u terug bij downloads.